Blog
Nog 20 jaar en dan zijn we gezond?!
Sommige momenten in je leven kun je precies terughalen. Je weet waar je was, ...
Olympiër Joanne van Lieshout vertelt over haar voorbereidingen op de Olympische Spelen van Parijs 2024
Datum
Sunday 5 May 2024
Leestijd
4 minuten
De Olympische Spelen staan voor de deur. Tijdens de spelen in Parijs doen er meerdere sporters met diabetes mee. Joanne van Lieshout, 21 jaar, judoka is daar één van. Zij heeft diabetes sinds haar 13e. Momenteel zit zij vol in haar voorbereiding van de Olympische spelen. Onlangs spraken we haar over haar sport, diabetes en haar voorbereidingen op Parijs. Lees hier haar verhaal.

“Op zich sta ik er wel goed voor. Het wereldkampioenschap is de laatste grote test voor de Olympische Spelen, dus wel een beetje spannend. Ik heb goed getraind, de waardes zijn stabiel, dus dat is ook altijd fijn richting een toernooi. En dan ga ik het daar wel zien!”
Inmiddels weten we dat Joanne wereldkampioen is geworden en een topprestatie heeft neergezet in Adu Dhabi. Zij bewijst dat dus veel kan met haar diabetes.
“Toen ik dertien was kreeg ik de diagnose diabetes. Op vrijdag de 13e. Dat is alweer een tijdje geleden, nu acht jaar geleden.”
“Nou ik was dat jaar net van tevoren voor het eerst Nederlands Kampioen geworden. Dus dan heb je een beetje een moment waarop je denkt, misschien gaat het wel iets worden. Toen kreeg ik dus een paar maanden daarna te maken met diabetes. Toen ik in het ziekenhuis lag, dacht ik, kan ik nu nog bereiken wat mijn dromen zijn? Mijn ouders dachten juist dat judo een kans was. Een week nadat ik in het ziekenhuis lag heb ik een toernooi gejudood. Daar werd ik eerste. Dat was meteen een moment dat ik dacht, het is dus wel mogelijk. Ik ga er alles aan doen!”
“Een wedstrijd is anders dan een training voor mij, omdat ik te maken krijg met zenuwen en stress. Ik heb tijdens een wedstrijd veel meer insuline nodig dan een normale trainingsweek. In het begin vond ik dat spannend. Ik dacht, waarom moet ik nu opeens meer gebruiken? Maar juist doordat ik meer gebruik, gaat het een stuk beter op wedstrijddagen.”

“Het liefst zou ik zeker onder de 10 starten. Meestal na de eerste partij komt die spanning los. Als ik uit de eerste partij kom, zit ik wel nog hoger. Dan probeer ik dat zo snel mogelijk weg te spuiten en zo snel mogelijk te zakken in mijn waardes.”
“Ik zorg dat ik er niet te laag in ga. En ook zeker niet te hoog. Ik ga meestal rond de 8 zitten, 10 is ook nog wel te doen. Maar als ik echt hoger ga, dan merk ik dat ik heel snel ga verzuren in zo’n partij. Dus ik probeer een beetje die marge aan te houden.”
“Gek genoeg gebeurt een hypo eigenlijk bijna nooit in een wedstrijd. Omdat je met zoveel spanning te maken hebt. Maar wel natuurlijk dat je te hoog zit. Dan voel je gewoon de energie uit je lichaam vloeien.”
“Soms moet ik dan wel even voor een snelle ippon gaan. En als dat niet lukt, dan wordt het een hele zware partij.”
“Ik ben ook op het EYOF geweest, voor de jeugd. Dat was natuurlijk wel een beetje te vergelijken met hoe het straks gaat zijn. Alleen is het nu natuurlijk nog een heel stuk groter. Dus ik ben heel erg benieuwd. Ik heb er heel erg zin in. Ik ga er heel erg van genieten. Judo is een lastige sport om je verwachtingen over uit te spreken. Je kan ook in een milliseconde op je rug liggen, doordat je een klein foutje maakt of niet oplet. Dan verlies je gewoon je partij. Natuurlijk zijn er verwachtingen. Maar het liefst wil ik mijn beste judo laten zien. En dan zie ik wel waar ik kom.”

We wensen Joanne heel veel succes in Parijs. Hopelijk met goede waardes en ook met het mooiste resultaat. Succes!