Ga in gesprek met je trainer, coach of (gym)docent over je diabetes. Als je jong bent, kunnen je ouders hier ook bij zijn. Het kan soms vervelend voelen om erover te praten, maar het is goed als iemand weet wat diabetes is, wat er tijdens het sporten kan gebeuren en wat voor jou werkt.
Vertel bijvoorbeeld hoe jij merkt dat je bloedglucosewaarde te laag of te hoog wordt, wat je dan nodig hebt en waar je snelle suikers of andere diabetesspullen liggen. Bespreek ook dat je soms even moet stoppen om je bloedglucosewaarde te checken, iets te eten of je diabetes te regelen. Zo weet je trainer, coach of docent wanneer diegene iets voor je kan betekenen en hoef je niet alles op het moment zelf uit te leggen.
Je hoeft daarbij niet alles over diabetes te vertellen. Het belangrijkste is dat de ander weet wat voor jou nodig is om veilig en met vertrouwen mee te kunnen doen. Onderstaande checklist helpt je om dit gesprek te voeren en samen goede afspraken te maken.