Hoe krijg je stabielere bloedglucosewaarden bij het sporten en bewegen met type 1?

Ontdek hoe activiteit, actieve insuline en voeding samen je bloedglucose beïnvloeden tijdens sporten en bewegen met type 1 diabetes. Je leert ook welke rol stress, spanning en HCL-systemen spelen in het vinden van de juiste balans.

Hardlopen

Drie knoppen om je diabetes te regelen tijdens sporten en bewegen

Bij het sporten en bewegen met type 1 diabetes kun je aan drie knoppen draaien om je bloedglucosewaarden (bloedsuikerwaarden) in balans te houden. Die knoppen zijn: de activiteit, je actieve insuline en je voeding. Deze knoppen werken nooit helemaal alleen. Als je aan de ene knop draait, moet je aan de andere misschien ook een beetje draaien.

Hoe beïnvloeden deze knoppen elkaar precies? En wat gebeurt er als we externe factoren zoals stress of slimme pompen (HCL-systemen) aan de mix toevoegen? Hieronder leggen we het samenspel eenvoudig uit.

Insuline en koolhydraten

Je koolhydraatinname en je insulinestrategie gaan eigenlijk altijd hand in hand. Het is een directe wisselwerking. Eet je een maaltijd (met koolhydraten)? Dan heb je insuline nodig om je bloedglucosewaarde te laten dalen. Heb je te veel insuline gegeven? Dan is er veel actieve insuline in je lichaam en heb je misschien koolhydraten nodig om je bloedglucosewaarde te laten stijgen.

Bij sporten en bewegen is die samenhang er natuurlijk ook. Als je gaat sporten of bewegen met veel actieve insuline in je lichaam, kan het zijn dat je een flinke hoeveelheid extra koolhydraten nodig hebt om een hypo te voorkomen. Zeker als je een duursport doet, waarbij de kans groot is dat je bloedglucosewaarde (snel) daalt. Maar ook bij andere sporten die je doet met veel actieve insuline kunnen je waarden dalen. Dat heeft te maken met dat de insuline in je lichaam door het bewegen beter gaat werken.

Je kunt ervoor kiezen om bij de maaltijd voor het sporten of bewegen minder insuline te geven. Of om zelfs je langwerkende of basale insuline te verlagen, afhankelijk van hoe lang en intensief je gaat bewegen. In die gevallen heb je een stuk minder actieve insuline in je lichaam voor de inspanning. Je hebt dan waarschijnlijk minder of soms helemaal geen extra koolhydraten nodig om je bloedglucosewaarde stabiel te houden.

Spelen met de activiteit-knop

In principe kun je iedere sport doen met type 1 diabetes. Het is vooral belangrijk om iets te kiezen wat je leuk vindt. In de praktijk zul je daarom niet al te veel aan de activiteit-knop draaien. Maar er zijn wel manieren om een beetje met deze knop te “spelen”, binnen de sport die je doet.

Zo kun je in sommige gevallen de volgorde van je oefeningen omdraaien. Het uitvoeren van krachtoefeningen vóór je aan duursport (hardlopen, wandelen, zwemmen, etc.) begint, kan helpen om je bloedglucosewaarden stabieler te houden. We gaan er hierbij vanuit dat je bloedglucosewaarde door de krachtoefeningen stijgt en door de duursport daalt. Je hoeft hierdoor mogelijk minder heftig aan de insuline- of voeding-knop te draaien. Bespreek deze strategie wel eerst met je behandelteam.

Zakt je bloedglucose hard aan het einde van je duursporttraining? Een explosieve sprint van 10 seconden net voor het einde kan helpen om verdere daling te voorkomen. De stresshormonen van de sprint werken dan de dalende werking van de insuline tegen. Hierdoor heb je misschien minder koolhydraten nodig om de daling op te vangen. Ook deze strategie werkt niet voor iedereen. Overleg dit dus wederom eerst met je behandelteam.

(Wedstrijd)spanning

Wedstrijdspanning, stress of gewoon een hele intensieve workout zorgen voor de aanmaak van stresshormonen zoals adrenaline, noradrenaline en cortisol. Deze hormonen stimuleren je lever om glucose aan het bloed af te geven, wat een verhogend effect heeft op je bloedglucosewaarde.

Verwacht je spanning of stress? Dan verandert het ook hoeveel je aan de knoppen moet draaien. Zo heb je bij bijvoorbeeld een belangrijke wedstrijd vooraf mogelijk minder koolhydraten nodig dan bij een gewone, ontspannen training. Ook kan je maaltijdinsuline of bolusinsuline soms met een kleiner percentage verlaagd worden vergeleken met een niet-stressvolle inspanning.

Extra opletten bij Hybride Closed Loop (HCL) systemen

Heb je een slimme pomp die communiceert met je sensor (HCL-systeem)? Dan krijgt het samenspel tussen koolhydraten en insuline een extra uitdaging. Als je tijdens het sporten te veel koolhydraten in één keer neemt, kan je bloedglucosewaarde snel stijgen. De slimme pomp merkt dit op en gaat automatisch anticiperen door méér insuline af te geven. Deze onverwachte, extra actieve insuline verhoogt juist weer het risico op een hypo tijdens of direct na je inspanning. Bij het gebruik van een HCL-systeem is het goed om voorzichtig te zijn en indien nodig slechts kleine beetjes koolhydraten te nemen, verspreid over de tijd dat je aan het sporten of bewegen bent.

Maak een plan

Het afstemmen van al deze factoren blijft vaak puzzelen om de juiste balans tussen de knoppen te vinden. Door een sport- of beweegplan te maken en bij te houden aan welke knoppen je hebt gedraaid (en hoeveel), wordt het steeds makkelijker om lekker in beweging te komen. Extra tip: als je steeds kleine aanpassingen doet in je insuline en/of voeding, is het makkelijker om te achterhalen waardoor het goed ging of juist niet.

Ervaar het in de praktijk!

Op 13 juni houden wij voor kinderen met type 1 diabetes de Diabetes Games, en voor volwassenen het Type 1 Festival. Haal nu je ticket!