Fietsen met een flinke hyper

Regelmatig delen we inspirerende verhalen van mensen met diabetes. Hoe pakken anderen hun sport met diabetes aan? Welke hobbels komen zij tegen en hoe lossen ze die op? Zo leren we veel van elkaar. Dit keer van Jan, die onder andere in 2019 mee was op WeBike2ChangeDiabetes. Zelf meedoen aan een challenge? Meld je nu aan voor de online informatieavond Challenges 2021 op 18 sept. 2020. 

Eind juni ben ik opnieuw een sportieve uitdaging met de Bas van de Goor Foundation aangegaan. Eerder liep ik met deze club de marathon van New York, fietste zes dagen de ‘Tour du Mont Blanc’ op mijn MTB en een jaar later zes dagen ‘La Vuelta a Sierra Nevada’ (ook MTB). Ditmaal stond een zesdaagse MTB tocht door het ruige gebied van Bierzo en Babia in Noord-Spanje op het programma. 

Al ruim 20 jaar heb ik diabetes type 1. Toch leer ik steeds nog nieuwe dingen over hoe ik beter met mijn leven met diabetes kan omgaan. Zo ook tijdens deze challenge in Bierzo en Babia. Eén dag in het bijzonder. En omdat ik denk dat anderen daar misschien ook iets van kunnen leren deel ik graag mijn verhaal.

Ongeneeslijk ziek

Het was een avontuur dat ik mijn leven niet meer vergeet. Een zware maar prachtige tocht. Een sportieve uitdaging in een onbeschrijfelijke mooie omgeving. Klimmen, lopen, afdalen, afzien, modderwandelen, door het water... alle smaken kwamen voorbij. Soms met oponthoud omdat de stieren en schapen op de route geen boodschap aan ons hadden! Ik heb erg genoten van de route en uitzichten onderweg. Ook van het feit dat je met een groep fietsers van wie je lang niet iedereen ‘goed’ kent, een steeds hechtere groep wordt.

Het delen van diabeteservaringen met je teamgenoten vind ik tijdens deze challenges altijd erg bijzonder. Hoe regelt iedereen zijn/haar diabetes? Hoeveel insuline geef je bij welke inspanning? Wanneer en hoeveel reduceer je de basaalstand van je insulinepomp? Hoe krijg je dat in hemelsnaam goed geregeld tijdens extreme inspanningen én onder verschillende omstandigheden. Er werden gelukkig ieder uur stops gepland voor metingen. Te laag...? Te hoog...? Eten...? Corrigeren...? Gaan we klimmen of dalen? Hoeveel hoogtemeters? Samen overlegden we wat te doen. Zo ook in de volgende situatie die mij persoonlijk trof. 

Dag 5 van de challenge

Ik stond die ochtend fit op om aan de volgende etappe te beginnen. Bloedglucose (BG) 7.0. Prima dus. Ruim vóór het ontbijt nog even een nieuw reservoir in de pomp en infuus ingebracht. De basaalstand ook al verlaagd omdat we een uur later zouden starten. Allemaal ons ‘standaard’ tafereel.

Na het ontbijt, voor de start, had ik weliswaar een hoge BG maar gezien deze etappe startte met een flinke lange klim vond ik het niet nodig dit te corrigeren. ‘Het zal toch wel snel dalen door de inspanning en we stoppen toch ook nog een keer’ is mijn ervaring. Het eerste stuk van de klim ging al niet lekker… ’Zou toch de vermoeidheid na 4 dagen biken toeslaan?’. Dat zal het zijn dacht ik. Bij de eerste stop gaf de sensor een BG 20 aan, ondanks de gedane inspanning. Oeps! Ik had het alarm bij hoog op de pomp uitstaan, dus niets gehoord. Toch maar 2 eenheden (EH) bij gebolust. Het steilste en langste stuk moest nog komen… ’Dus aan de top zal het wel weer goed zijn’. Deze klim voelde alsof ik iedereen op sleeptouw had. Loodzware benen en o.a. slecht zien. Zelfs een ongebruikelijke rare geur zweet. Tot dan allemaal bij mij nog niet te verklaren. Dit was nieuw voor me en had ik nog niet eerder meegemaakt. Opgeven is bij mij geen optie dus doorgefietst (geharkt) naar de top van de klim. Daar voelde ik me erg beroerd. Logisch ik had inmiddels een BG van 33! Een tweede meting gaf ‘high’!

Alarmbellen dus. Gelukkig was ik in goede handen van het medische team onder leiding van Henk Bilo. Wat bleek nu: In de ochtend bij het inbrengen van het infuus is er iets misgegaan. Het infuus zat geknakt in de huid. Al die tijd had ik dus geen insuline aan boord en wel inspanning geleverd. Henk heeft me gelukkig weer laten ‘landen’ naar een normale BG. Hierover door Henk straks meer.

Onder begeleiding van teammaat Tjebbe en door continu contact met Henk te behouden heb ik de etappe en challenge (weliswaar met spierpijn) kunnen afmaken. Thanks Tjebbe en Henk!

Wat heb ik geleerd?

Niet altijd op de techniek te vertrouwen, een insulinepen bij me te hebben en het hoog alarm niet altijd uit te schakelen. Natuurlijk heb ik ook nóg meer inzicht gekregen in hoe mijn lichaam en glucosewaarden reageren tijdens inspanning en rust.  

Tot slot nog even dit - over voeding

Om door te kunnen fietsen had Jan natuurlijk energie nodig, maar je kunt je voorstellen dat eten met zo’n hoge bloedsuiker wat tegenstrijdig klinkt. Henk Bilo zegt daar het volgende over:

Jan had een heel vele te hoge bloedglucose, hij wilde doorfietsen (prima), maar dan ga je bij bergop fietsen toch meer dan 500 kcal per uur verbranden. 

Voor de liefhebbers even een rekensom: Jan had een bloedglucose van 30 mmol/l. De gemiddelde mens heeft vijf liter bloed. 1 mmol glucose komt overeen met 18 mg glucose / deciliter bloed. Dat komt bij een liter bloed neer op 10 × 18 mg = 180 mg / liter. Dat betekent dat Jan op dat moment 30 × 180 mg × 5 liter = 27.000 mg glucose in zijn bloedbaan heeft. Dat is ongeveer 27 gram koolhydraten. Eén gram glucose is 4,5 kcal. Die 27 gram is dus omgerekend zo’n 122 kcal (27 × 4,5). 

Jan is doorgegaan met fietsen. Zijn glucose was bij de volgende controle gedaald naar 23 mmol/l. Hij wil natuurlijk geen hypo’s, dus kan nog 18 mmol/l zakken, dan komt hij niet onder de 5 mmol/l. Dan gaan we er even vanuit dat hij niet eet en het lichaam zelf geen glucose aanmaakt of vrijmaakt uit glycogeen. Dezelfde rekensom als hierboven leert ons dat hij dan nog een reserve in zijn bloed heeft van 15 gram koolhydraten (18 x 180 x 5 = iets meer dan 15.000 mg, met andere woorden 15 gram koolhydraten). Dat is een kleine 68 kcal (15 × 4,5). Te weinig om lang mee te kunnen fietsen, laat staan bergop.

Ik heb hem dus aangeraden om met beleid te eten en eigenlijk niet echt bij te bolussen, omdat hij bij doorgaan met inspannen ook flink zou verbranden (bij bijvoorbeeld 500 kcal verbranden per uur ben je door die 15 gram koolhydraten heen in iets meer dan 8 minuten). We gingen er daarbij uiteraard van uit, dat er sprake is van een glucoseverbranding, omdat hij inmiddels weer voldoende insuline aan boord had. Eten hielp dus om aan de gang te kunnen blijven. En de insulinegevoeligheid was bij deze inspanning klaarblijkelijk zo goed, dat bijbolussen geen goede optie was. Volgens mij was de glucose daarna tussen de 6 en de 7 mmol/l.

Als Jan was gaan stilzitten was het verhaal anders geweest, want dan ga je naar een ruststofwisseling met een verbruik van misschien 80 kcal/uur (en vaak lager). Wat betreft de gemiste insuline van de hele ochtend: ik heb geadviseerd niet te corrigeren voor de gemiste ontbijtbolus bovenop de totale rekensom, omdat in principe de (niet aangekomen) bolus toch al uitgewerkt zou zijn. 

Afbeelding in de achtergrond

Gerelateerde evenementen