Een halve marathon met diabetes
Wil je de nieuwsbrief ontvangen? Meld je hier aan
Home / Nieuws / Een halve marathon met diabetes

Een halve marathon met diabetes (12-07-2017)

Hoewel het misschien niet meer echt nieuws is, vinden we het wel een tof verhaal om te delen. Onze ambassadeur Anne-Marie Eerenstein liep twee weken geleden een halve marathon. We kennen haar van de Iceland Diabetes Challenge, en sindsdien is ze sportief gebleven. Soms iets meer, soms iets minder... 

Hoe ik ineens weer een halve marathon liep

“Wie z’n idee was dit ook al weer?”, vraagt mijn vriend Jelmer, terwijl hij vermoeid naar onze kalender staart, zoekend naar een moment voor een training.

Hoe het begon

Zijn idee dus. Samen een halve marathon lopen. Top idee, dacht ik. De stok achter de deur die ik nodig had! Bovendien was het ook weer eens tijd voor een sportieve uitdaging. De fantastische Iceland Diabetes Challenge was alweer 3 jaar geleden. In de zomer van 2015 had ik met de BvdGF nog de halve marathon van Zwolle gerend. In de zomer van 2016 liep ik achter de kinderwagen met mijn dochter erin. Nu was het maart 2017 en kon ik weer ergens voor gaan trainen.

De maanden daarvoor bestond mijn training uit een wekelijks rondje rennen. Samen met een vriendin, vooral voor de ontspanning en om in conditie te blijven. Soms lukte het om twee keer in de week te gaan. Maar vaker niet dan wel. Dat moest anders! Dus schreven we ons in voor de halve marathon van Sneek. En toen moesten we aan de bak. Nou ja, ik dan. Jelmer trainde op zijn racefiets voor de Fietselfstedentocht van eind mei. En hoopte dat de halve marathon ook zonder veel voorbereiding wel zou lukken. 

De voorbereiding

Mijn voorbereiding bestond er vooral uit dat ik bedacht dat ik meer moest gaan trainen. Maar denken en doen lagen mijlenver uit elkaar. De combinatie van gezin, werk en alles wat daarbij hoort, maakte mijn dagen vol genoeg. Dat Jelmer ik allebei moesten trainen, betekende helemaal passen en meten. Toch lukte het me soms om twee keer per week te trainen. En breidde ik mijn rondje uit naar 10 kilometer. Ik zette zelfs Runkeeper op mijn telefoon om mijn tempo te checken, en schrok vervolgens van lage snelheid. Serieus voorbereiden bleek een ambitieus voornemen.

Toen de dag van de halve marathon dichterbij kwam, werd het spannend. Niet of ik het ging halen. Daar ging ik gewoon van uit. Maar wel: hoe ik het ging halen. Zou ik het nog kunnen, een halve marathon lekker uitlopen? Zou ik niet te snel starten? Of halverwege instorten? Of een leuker scenario: met goede benen in de buurt komen van mijn tijd van twee jaar geleden? In mijn hoofd kon het alle kanten op. In Jelmers hoofd ook. Al was hij positief gestemd door zijn laatste lange training.

In de voorbereiding kostte 1 ding weinig moeite: mijn diabetes. Uit ervaring wist ik hoe ik dat ging aanpakken op de wedstrijddag. Flesje ranja, flesje water en een pakje dextro’s mee in de belt om mijn middel. Pomp aan mijn broek geklemd, ingesteld op 0% basaal. Telefoon mee om onderweg mijn FreeStyle Libre te kunnen scannen.

Hoe het afliep

Toen kwam de dag. Wat voelde het geweldig om aan de start te staan! Daar stond ik ineens weer, 2 jaar na mijn laatste halve marathon. Om 19 uur klonk het startschot. Jelmer was vlot vertrokken en ik zocht mijn eigen tempo.  

En hoe het was? Het was ver! Verder dan ik kon bedenken en ook een beetje zwaarder dan ik dacht.  

Maar het was ook prachtig. Goede temperatuur, mooie route, vrolijke mensen langs de kant. Op 9km iemand in een BvdGF-shirt die me op mijn schouder mepte en riep: “Mooi shirt!” (als je dit leest: bedankt! Het was een goeie motivatie!). Mijn diabetes deed ook niet moeilijk, al had ik halverwege wel dextro’s en ranja nodig om niet te laag te komen.

Tot 10 km had ik een lekker tempo, daarna zakte het in. Ik genoot van het lopen, maar werd moe gebeukt door de wind, die overal leek te zijn. Rond 14 km kwam ik in een lekkere flow, mijn tempo was constant, en ik voelde me alsof ik eindeloos kon doorlopen. Maar het ging niet soepel meer, het ging op de automatische piloot. Met de finish in zicht kon ik nog aanzetten en kwam lachend over de streep, waar Jelmer al tien minuten stond te wachten. Het was gelukt!

Conclusie van dit verhaal: ik kan het nog, een halve marathon lopen. Zelfs met een matige voorbereiding. Dat voelt super! En daar zit dus meer in…

Wie doet er volgend jaar mee?

Anne-Marie Eerenstein