Pen- of pomptherapie

Diabetes Type 1 kan alleen worden behandeld met insuline. Dat kan met een insulinepen op met een pomp. Bespreek met jouw zorgverlener wat bij je past. Wij geven hier vast wat tekst en uitleg over de verschillende methodes en systemen.

Pentherapie

Vroeger moesten mensen insuline injecteren met grote injectiespuiten die ze zelf moesten uitkoken. Tegenwoordig maken fabrikanten nog steeds nieuwe insulinepen-modellen en nog dunnere naaldjes. De meeste mensen met diabetes maken gebruik van pentherapie.

Een insulinepen bestaat uit een insulinepatroon en een doseringsapparaat. Voor basaalinsuline (langwerkend) en bolusinsuline (kortwerkend) worden twee verschillende soorten pennen gebruikt.

De insuline wordt in de buik, de dijbenen of de billen geïnjecteerd. De pennaalden zijn heel dun, dus de injectie is nauwelijks merkbaar. Voor wie toch moeite heeft met de injecties, of last krijgt van spuitplekken kan een i-Port uitkomst bieden. Daarmee kun je gedurende drie dagen jezelf injecties toedienen zonder dat je steeds in je huid hoeft te prikken.

Meer over pentherapie

Pomptherapie

Wanneer je bij diabetes insuline nodig hebt, kun je dit handmatig toedienen met een injectie. Een andere optie is een insulinepomp. Dit apparaatje is verbonden met je lichaam en geeft voortdurend een kleine hoeveelheid insuline af of stopt met insuline geven wanneer je in een hypo dreigt te belanden.

Een insulinepomp kan uitkomst bieden wanneer insuline-injecties niet het gewenste resultaat opleveren of niet wenselijk zijn. Bij handmatig insuline injecteren schommelen de bloedsuikerwaarden vaker dan bij de regelmatige afgifte van een insulinepomp. Een insulinepomp is vooral geschikt voor mensen met diabetes type 1 en soms ook bij mensen met diabetes type 2 waarbij de bloedglucosewaarden moeilijk onder controle te houden zijn.

Meer over pomptherapie

Automatische glucosemetingen: Continue Glucose Monitoring (CGM)

Met de vingerprikmethode kun je de bloedglucosewaarde op een specifiek moment meten. Met behulp van een automatische glucosemeter, oftewel continue glucose monitoring (CGM), kun je de hele dag en nacht informatie over je glucosewaarden krijgen zonder vingerprikken.

Continue glucose monitoring is een tool om je inzicht te geven in hoe je bloedglucoseniveau verandert. Er zijn verschillende producenten die continue glucose monitoring aanbieden. Voor CGM zijn in principe drie onderdelen nodig: een glucosesensor, een zender en een monitor. Er zijn ook insulinepompen, die samenwerken met de glucosesensor en de insulinedosering automatisch bijsturen.

Meer over CGM

Kom meer te weten tijdens een evenement