Hulpmiddelen
Heb je een vraag? Stel hem nu
Home / Diabetes / Zelfmanagement / Hulpmiddelen

Hulpmiddelen

Lydia Mossel: 'Blijf je eigen arts'

,,Er zijn heel veel goede hulpmiddelen, maar je moet ze nog altijd zelf toepassen”, zegt Lydia Mossel, die in de zomer van 2013 besloot karate op het internationale podium vaarwel te zeggen. Het kostte de 26-jarige karateka tijdens haar carrière de nodige moeite, energie en tijd, om sport en diabetes te verenigen. Met als meest opmerkelijke uitkomst dat de beste plaats voor haar infuusset haar borst bleek te zijn. 

Lydia-Mossel_BvdGF_sportiefmetdiabetes

,,Ik heb heel veel zelf moeten uitvogelen. Heb als kind twee jaar gespoten, dat ging niet echt goed, waardoor we de overstap maakten naar de insulinepomp. Destijds een grote stap die niet zo gauw gemaakt werd, een kind van dertien aan de insulinepomp. Dat was voor volwassenen en vrouwen die zwanger wilden worden, was toen het beeld.”

,,Het ging daarna beter. Bij spuiten ben je 24 uur gebonden aan je insuline, maar als je dan de volgende morgen prompt besluit te gaan hardlopen, moet je dat oplossen met eten. Met de insulinepomp kun je het een uur voor het sporten instellen. Lange tijd zat nog in mijn systeem van: ik ga trainen dus ik moet eten, een voorraadje aanleggen. Dan moest ik trouwens echt eten voor m’n leven. Dat hoefde nadien niet meer, dat moest uit het systeem.”

,,Met name door m’n sport ben ik nogal insulinegevoelig. Als ik dan net gespoten had, reageerde mijn lichaam extreem, dan ging het constant van hoog naar laag. Het voelde alsof ik steeds achter de feiten aanliep. Moest ik steeds trainingen onderbreken om te eten. Regelmatig voelde ik me uitgeput. Maar het is kind-eigen om er niet te lang bij stil te staan en door te gaan.”

,,Ik moest daarna echt afkicken, dat ik van hoge bloedsuikers naar goede ging. Het lichaam voelde aan alsof ik steeds te laag zat, dat was echter niet zo. Ik ben ook daarna nooit gemakkelijk in te stellen geweest, maar ik heb er nooit echt last van gehad. Kreeg ondertussen goede begeleiding.” Elf was Lydia, toen ze bij de Nederlandse karateselectie aansloot. ,,Als ik toen de kennis had gehad die ik nu heb, had ik daar nog wel wat winst in kunnen behalen met betrekking tot het lichaam en de sport. Ik wist niet beter, maar m’n omgeving ook niet. Je moet steeds meten en noteren, maar als je veertien bent, heb je niet altijd zin om de gegevens op te schrijven. Dat moet wel.”

,,Rond m’n achttiende kwamen het lichaam en m’n bloedsuikers meer in balans. Maar in die tijd begon ik ook aan krachttraining te doen en ontstonden de problemen met de naaldjes. De spieren waren sterk opgetraind, waardoor de naaldjes knakten. Nou komt dat wel vaker voor, maar bij mij gebeurde dat over het hele lichaam. En als-ie dan geknakt was, had ik na twee uur een hele hoge bloedsuiker, waar ik ziek van werd. Met behulp van Prof. Dr. Henk Bilo heb ik zowat elke plek op het lichaam uitgeprobeerd. Jarenlang was de borst de oplossing, inmiddels kan-ie ook weer op andere plekken.”

,,Toen de naaldproblemen het heftigst waren, heb ik het best gepresteerd, werd ik onder meer derde op het EK. Het één hoeft het ander dus niet tegen te houden. Ik leerde m’n lichaam in die tijd zó goed kennen. Veel meten en opschrijven, was het motto, dat helpt je op volgende momenten om te weten hoe je lichaam op een situaties reageert. Je leert je lichaam te vertrouwen. Ik blijf van mening: zorg dat je je eigen arts bent. De hulpmiddelen die ik nu gebruik, zijn nú de beste voor mij, maar als over twee maanden een andere naaldsoort beter blijkt, heb en gebruik ik de vrijheid om te veranderen. Ik vond het soms moeilijk om iets uit handen te geven. Ik doe het liever zelf. Zodat ik mezelf er op kan aanspreken, als er iets mis is. Tegelijkertijd besef ik dat ik het advies van een ander nodig heb. Soms denk ik: na zestien jaar diabetes, weet mijn lijf het nou nog niet? Dat is dus diabetes.” 

,,Een pomp is niet zaligmakend, want je moet nog steeds veel investeren. Zoekend naar verbetering. Daar hoef je geen topsporter voor te zijn. Als ik mezelf neem, zit het niet in mijn aard om genoegen te nemen met ‘niet slecht’. Ik meet nog steeds heel veel en noteer, om het te verfijnen en om het beter te krijgen. Een tijdje heb ik gedacht dat het niet meer nodig was en ik het zelf kon, maar het is toch prettiger om bepaalde dingen met de diabetesverpleegkundige af te stemmen en bepaalde tips te krijgen. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik direct na het eten een iets hogere bloedsuiker had. Logisch, maar ik wilde het niet. Kreeg ik van haar de tip een half uur voor het eten insuline toe te dienen. Dat werkt en dat had ik anders niet geweten.”

,,Ik denk dat er wat betreft hulpmiddelen nog veel onwetendheid is over wat er is en hoe je het moet gebruiken. De pomp werkt voor de meeste mensen goed, maar je moet er anders mee omgaan dan dat je met de pen hebt geleerd. Bij de Bas van de Goor Foundation maken we vaak mee dat iemand tot vlak voor het sporten nog z’n pomp op honderd procent heeft staan. Maar als je niet weet dat dat niet moet, moet je wel weten waar je voor advies terechtkunt en het ook durven te vragen.” 

Foto’s

1 foto

Met alle informatie die op deze website is te vinden wordt alles concreet gemaakt in het thema 'aan de slag'. Lees hier het ervaringsverhaal van Ewoud Vos.

Zelfmanagement:
Wat is diabetes?
Sport
Voeding
Hulpmiddelen
Aan de slag!