Wat is diabetes?
Heb je een vraag? Stel hem nu
Home / Diabetes / Zelfmanagement / Wat is diabetes?

Wat is diabetes?

Door Prof. Dr. Henk Bilo van de Isala Klinieken te Zwolle.

Inleiding
De naam diabetes mellitus komt uit de oudheid, en betekent “suikerzoete doorloop”, een goede omschrijving van wat er gebeurt met mensen, die diabetes mellitus ontwikkelden; door de hoge concentraties van glucose (het soort suiker, zoals dit normaal gesproken in het menselijke lichaam aanwezig is) in het bloed worden mensen aangezet tot veel plassen, en bij dat plassen wordt naast de suiker ook veel water verloren. Dit werd in de oudheid onder andere getest door urine van iemand, die veel plaste op een mierenhoop te gooien. Als de urine dan opdroogde, bleven de suikerkristallen achter, en die werden met graagte door de mieren opgepikt.

Indeling van diabetes mellitus
De eerste rapporten aangaande diabetes mellitus hadden eigenlijk altijd betrekking op het ontstaan van een slopende aandoening bij jonge mensen: er was een onweerstaanbare dorst, mensen moesten daarbij veel plassen, ze waren moe, konden eten wat ze ook maar wilden, maar vielen toch sterk af. Vaak gleden deze jonge mensen na verloop van dagen tot weken weg in een diepe bewusteloosheid. Mocht men toch langer leven, dan was het leven vaak zwaar en kort.

Al meer dan honderd jaar geleden ontdekte men dat de oorzaak van diabetes in de alvleesklier ligt. Hierin liggen de eilandjes van Langerhans; in die eilandjes van Langerhans liggen verschillende soorten cellen; het hormoon insuline wordt gemaakt in de zogenaamde bètacellen. Insuline moet ervoor zorgen, dat in het lichaam de glucose goed verwerkt wordt, en dat de concentratie van glucose in de bloedbaan binnen bepaalde grenzen blijft.

Het bleek dat mensen met diabetes een tekort hadden aan insuline, waardoor uiteindelijk het suikergehalte in het bloed te hoog wordt. Later werd ook duidelijk dat door het toedienen van insuline de diabetes onder controle te brengen is. Deze ontdekkingen hadden in het begin alleen betrekking op mensen met type 1 diabetes mellitus.

Type 1 diabetes mellitus
Bij deze vorm van diabetes blijkt het lichaam de eigen bètacellen te vernietigen. Er worden antistoffen gemaakt, en het is nog steeds niet duidelijk waarom het lichaam dit doet. Ergens loopt het mis in de afweer (immuniteit), waardoor de om welke reden dan ook gemaakte antistoffen schadelijk blijken te zijn voor de bètacellen. Dit noemt men een auto-immuun proces, type 1 diabetes mellitus is dus eigenlijk een auto-immuun ziekte.

In het lichaam zijn maar een paar soorten cellen, die glucose kunnen opnemen, zonder dat daarvoor insuline nodig is. Daar horen onder andere de zenuwcellen bij en de rode bloedcellen. Dat betekent, dat tot zelfs heel laat bij een ernstige ontregeling mensen met type 1 diabetes mellitus redelijk helder kunnen zijn.

Als er echter totaal geen insuline aanwezig is, dan zullen de andere cellen in het lichaam toch aan voeding moeten komen. Er wordt dan overgestapt op een vetzuurstofwisseling. Dat heeft duidelijke negatieve consequenties. Glucoseverbranding is een heel “zuivere” verbranding, waarbij het omzetten van glucose in energie eigenlijk voor een 100% verbranding zorgt, een heel zuivere manier van verbranden dus. Dat ligt anders bij het verbranden van vetzuren: hierbij komen afvalstoffen vrij, de zogenaamde ketonen. Die afvalstoffen zijn zuur, en het lichaam moet proberen ze kwijt te raken door ze uit te plassen of uit te ademen. Daarbij lukt het bij toename van de ontregeling steeds slechter om deze ketonen kwijt te raken, gewoon omdat er te veel worden gemaakt.

Dat leidt tot een verzuring (“acidose”) van het lichaam: de bij mensen met type 1 diabetes mellitus zo beruchte ketoacidose. Als reactie op deze verzuring gaan mensen met type 1 diabetes mellitus steeds meer plassen en sneller dan gewoonlijk ademen. Het lichaam probeert op die manier de zure afval kwijt te raken. Het vele plassen leidt tot veel vochtverlies en uitdroging met fors gewichtsverlies binnen korte tijd. Het snelle en diepe ademhalen wordt een Kuszmaulse ademhaling genoemd, naar de persoon die het voor het eerst beschreven heeft.

Als bij ernstige verzuring niet afdoende en op tijd wordt ingegrepen, dan kunnen mensen binnen korte tijd overlijden.

Type 2 diabetes mellitus
Bij mensen met type 2 diabetes mellitus is er ook op een gegeven moment een tekort aan insuline, waardoor de glucosewaarden stijgen. Daarbij is het niet zo, dat het lichaam geen insuline meer maakt, maar de hoeveelheid die het lichaam zelf aanmaakt is te weinig om de glucosespiegels in het bloed binnen de normale grenzen te houden.

Doordat er steeds wel insuline aanwezig is, zal er bij het zichtbaar worden van type 2 diabetes mellitus meestal geen sprake zijn van zulk een heftig en acuut beeld als bij mensen met type 1 diabetes mellitus. Zo zal er minder snel verzuring optreden omdat de glucoseverbranding nog heel lang blijft overheersen, maar kunnen de glucosewaarden wel tot zeer grote hoogte stijgen omdat niet alle aanwezige glucose wordt verbrand of opgeslagen: het evenwicht is zoek. Toch kan ook iemand met type 2 diabetes mellitus bij een ernstige ontregeling fors in de problemen komen, soms zelf met de dood tot gevolg.

Heel hoge glucosespiegels zorgen ervoor dat de stroperigheid van het bloed toeneemt en dat er onbalansen ontstaan tussen het vocht in de bloedbaan en het vocht in de weefsels. Ook zullen de hoge glucosespiegels leiden tot veel plassen, omdat de nieren glucose laten ontsnappen en water mee wordt uitgescheiden. Ook dan ligt uitdroging op de loer, zij het dan dat het lichaam niet zo zuur zal zijn, omdat de meeste mensen met type 2 diabetes mellitus niet op een vetzuurstofwisseling zullen overgaan. Wel leidt de uitdroging tot een verdere toename van de dikte van het bloed, omdat er verhoudingsgewijs dan meer bloedcellen in verhouding tot vocht in de bloedbaan aanwezig zullen zijn.

Op dit moment komt type 2 diabetes mellitus veel vaker voor dan type 1 diabetes mellitus. Er is eigenlijk sprake van een epidemie van type 2 diabetes mellitus, en dat wereldwijd. Voor deze epidemie zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. Bij iedereen slijt bij het toenemen van de leeftijd het lichaam, en aan de daarmee gepaard gaande achteruitgang van de lichaamsfuncties doet ook de alvleesklier mee. Vergrijzing betekent dan ook een toename van het aantal mensen met type 2 diabetes mellitus. Deze groep mensen heeft waarschijnlijk veel minder te duchten van de eventueel mogelijke complicaties bij type 2 diabetes mellitus dan de volgende groep, die hieronder besschreven staat.

De sterkste toename wordt namelijk niet gezien bij de oudere mensen, maar bij relatief jongere mensen, en is voornamelijk geassocieerd in relatie met overgewicht, te weinig bewegen, en verkeerd eten (weinig vezels, veel vet, veel dierlijke producten).

De sterk veranderde leefstijl in de laatste vijftig jaar, met steeds minder bewegen en minder zware lichamelijke arbeid leidt tot een gemiddeld steeds zwaardere volwassen bevolking in Nederland. Deze tendens zet zich nu ook duidelijk voort bij kinderen.

Deze veranderingen in leefstijl, gewicht, en voedingsgewoontes dragen bij aan het ontstaan van een hoge bloeddruk en afwijkingen in de vetstofwisseling. Opvallend is daarbij, dat de toename van het aantal mensen bekend met type 2 diabetes mellitus veel groter is in bijvoorbeeld Azië en Afrika dan in Europa. Ook zien we een verhoudingsgewijs sterkere groei bij mensen uit minderheidsgroeperingen. Mensen in Nederland van Hindoestaanse afkomst hebben bijvoorbeeld een veel grotere kans op het manifest worden van type 2 diabetes mellitus dan autochtone Nederlanders. Ook krijgen ze de aandoening vaak op een vroegere leeftijd, en ontwikkelen complicaties zich sneller.

Als iemand veel vetweefsel heeft en weinig beweegt, dan ontstaat er insulineresistentie: de door het eigen lichaam gemaakte insuline kan zijn werk niet meer efficiënt doen, en om eenzelfde daling van de glucosewaarden te krijgen als bij slanke actieve mensen is beduidend meer insuline nodig. Hierbij is vooral het vet in en rond de buik van grote invloed. De middelomvang zegt iets over de kans om type 2 diabetes mellitus te krijgen. Op een gegeven moment kunnen de eigen bètacellen de verhoogde productie van insuline niet meer opbrengen, en zullen de glucosewaarden stijgen.

De combinatie van al deze factoren, uiteindelijk leidend tot type 2 diabetes mellitus, wordt ook wel het metabole syndroom genoemd.

Een van andere grote verschillen tussen mensen met een type 1 diabetes mellitus en een type 2 diabetes mellitus is de mate van kans op hart- en vaatziekten. Type 1 diabetes mellitus is puur het gevolg van een gebrek aan insuline. Bij type 2 diabetes mellitus is er, zoals al aangegeven, vaak sprake van afwijkingen zoals een verhoogde bloeddruk en afwijkingen in de vetstofwisseling, die samen met de verkeerde leefstijl aanleiding geven tot een sterk verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Als bij de al bestaande afwijkingen dan ook nog diabetes manifest wordt, dan neemt het risico op hart- en vaatziekten nog verder toe. Kortom, type 2 diabetes mellitus is eigenlijk op de keper beschouwd een hart- en vaatziekte. De behandeling moet dan ook niet alleen gericht zijn op het verlagen van de verhoogde glucosewaarden, maar zeker ook op een goede behandeling van een verhoogde bloeddruk en vetstofwisselingsafwijkingen, een betere leefstijl met meer lichamelijke activiteit en proberen gewicht te verliezen.

Gevolgen van verhoogde bloedglucosewaarden
Langdurig verhoogde bloedglucosewaarden leiden in het lichaam tot blijvende schade. De weefsels “versuikeren”, en dat uit zich op verschillende manieren. De schade, die aan het lichaam kan worden toegebracht, valt in verschillende categorieën uiteen. Zo kunnen kleine bloedvaten worden beschadigd (“microvasculaire” schade), maar ook grotere bloedvaten (“macrovasculaire” schade) en andere weefsels. Ook weten we, dat met name bij mensen met type 2 diabetes mellitus en overgewicht de kans op bepaalde vormen van kanker toeneemt. Of dit met name samenhangt met het (ernstige) overgewicht of met de diabetes is nog niet geheel duidelijk.

Wat inmiddels ook duidelijk is geworden is, dat mensen met een “body mass index” (BMI) van hoger dan 40 kg/m² het verlies aan levensverwachting ten gevolge van het ernstige overgewicht vergelijkbaar is met het verlies aan levensverwachting ten gevolge van roken, namelijk tussen de 7 en 10 jaar.

De BMI is te berekenen door het gewicht te delen door de lengte in het kwadraat. Als voorbeeld: iemand van 108 kg met een lengte van 1,70 meter heeft een BMI van 108/(1,70×1,70m) = 37,4 kg/m².

Er moet goed in de gaten worden gehouden, dat het optreden van veel van deze complicaties niet alleen een gevolg is van de langdurige verhoging van hoge glucosewaarden, maar ook van het al dan niet bestaan van hoge bloeddruk, overgewicht, en afwijkingen in de vetstofwisseling. Zeker, als daarbij ook nog gerookt wordt, maakt dit de kans op complicaties buitengewoon groot. Niet of onvoldoende bewegen draagt ook duidelijk bij aan de kans op complicaties, terwijl een goed beweegpatroon juist beschermt tegen narigheid.

Soorten complicaties
A: microvasculaire schade

  • oogschade (“retinopathie”), waarvoor controle door de oogarts noodzakelijk is, dit om de kans op blindheid ten gevolge van diabetische oogschade zo klein mogelijk te maken;
  • nierschade (“nefropathie”), waarvoor controle via bloed- en urineonderzoek noodzakelijk is, dit om de kans op ernstig nierfunctieverlies met kans op dialyse zo klein mogelijk te maken;
  • zenuwschade (“neuropathie”), waarbij door schade aan in het bijzonder de gevoelszenuwen bijvoorbeeld tintelingen en pijn aan de voeten kan ontstaan, maar ook een verlies aan gevoel met kans op schade aan de voeten, zonder dat het gemerkt wordt. Daarnaast kan er ook sprake zijn van schade aan de zenuwen die naar het maagdarmstelsel gaan met bijvoorbeeld verminderde werking of verlamming van de maagspier, waardoor de maag zich niet goed kan ledigen.

B: macrovasculaire schade

  • met name bij mensen met type 2 diabetes mellitus is er meer kans op het te vroeg optreden van een hartinfarct;
  • in mindere mate is er ook sprake van een verhoogde kans op het te vroeg optreden van herseninfarcten;
  • ook de vaten naar de benen kunnen zijn aangetast, met als gevolg een grotere kans op voetafwijkingen en amputaties. Ook hier geldt weer, dat roken hierbij een belangrijke rol speelt.

C: andere vormen van schade

  • ook de gewrichten kunnen last hebben van de diabetes mellitus. De gewrichtskapsels kunnen verdikken, met uiteindelijk een verminderde beweeglijkheid en pijn. Deze klachten zijn vaak moeilijk te bestrijden;
  • klachten op het gebied van de seksualiteit zijn eveneens mogelijk, bij mannen zich vooral uitend als het onvermogen om een normale erectie te verkrijgen, en bij vrouwen een te droge schede en weinig tot geen zin in vrijen. Vaak zijn deze klachten een gevolg van het bestaan van zowel vaat- als zenuwschade;
  • zeker bij type 2 diabetes mellitus en (fors) overgewicht is er meer kans op kanker; bij vrouwen moet dan gedacht worden aan een verhoogde kans op bijvoorbeeld borstkanker, bij mannen aan een verhoogde kans op het optreden van dikkedarmkanker.

Foto’s

1 foto

Ben je geïnteresseerd in het effect van sport op een leven met diabetes? Lees dan hier de ervaring van Jeroen Flim over sport en diabetes.

Zelfmanagement:
Wat is diabetes?
Sport
Voeding
Hulpmiddelen
Aan de slag!