Twee minuten voor de start, bij de legerplaats Fort Wadsworth, aan de voet van de Verrazano brug. Je voelt de spanning. De adrenaline giert door je lijf. Na maanden lange voorbereiding is het moment daar. De New York City Marathon staat op het punt van beginnen. Even denk je: “waar ben ik aan begonnen”? Dan klinkt het startschot en weg ben je, over de Verrazano brug. Na de Verrazano brug word je gedragen door het massaal toegestroomde publiek; dat rijendik langs de kant van de weg staat. Je passeert de Verrazano brug, omgeven door 45.000 lopers. Medestanders die allemaal hetzelfde doel hebben. De muziekbands begeleiden je de hele weg. Op het ritme van de muziek passeer je de wijken Brooklyn, Queens en via First Avenue naar de Bronx. In de Bronx aangekomen vallen langzaam je zintuigen weg en smeek je om energie voor de laatste kilometers. Kilometers die je normaal gesproken moeiteloos binnen drie kwartier kunt lopen. Nu is dat een heel ander verhaal. Na de Bronx door Harlem en weer in Manhattan aangekomen ontmoet je hem: ‘de man met de hamer’. Met de finish in het zicht zet je alles op alles om dit gevecht te winnen. Vechtend tegen de vermoeidheid en de pijn bereik je Central Park. Gedragen door het publiek passeer je de finish. Emoties overmeesteren je. Een moment om nooit te vergeten. Je hebt het gedaan. Jij hebt laten zien dat je (met diabetes) een marathon gezond kunt uitlopen. Een prestatie die je nog jarenlang bij zal blijven. Een marathon lopen? Die kun jij bijschrijven! Been there, done that.