
Beklim je een berg (de Toubkal in Marokko), heb je twee hele bijzondere weken achter de rug en dan ben je weer thuis. En nu? Wáár is mijn stok achter de deur? Compleet van slag, een week niet kunnen sporten en toen toch maar weer de draad opgepakt. Schoorvoetend richting de sportschool. Een uurtje fitnessen ging net, maar niet van harte. Met veel pijn en moeite weer in een soort trainingsritme gekomen. Gelukkig, dat lukte.
Intussen een reünie achter de rug met de hele Atlas-ploeg. Het was super om iedereen weer te zien. En wat blijkt: ook Theo had moeite met het sporten zonder stok achter de deur. En eigenlijk had de rest ook wel behoefte aan een soort verlenging van de Atlas Challenge. Zo lanceerde Theo ‘de Afdaling’. “We moeten terug naar zeeniveau, maar we moeten wel door: sporten, afvallen, bloedsuikers in de gaten houden”, vindt-ie. Ik kon me daar meteen in vinden. Maar dan moeten we wel weer een stok achter de deur hebben. “Wat dacht je van de Dam-tot-Dam-loop of de Swentiboldmars?” opperde Theo. Ik krap mezelf achter de oren en denk (met de woorden van Hanneke in mijn achterhoofd): “Ach, waarom ook niet. Ik heb de Toubkal beklommen. Dan kan ik ook hardlopen.” Let wel: ik heb nog nooit hardgelopen. Weet niet eens of ik het leuk vind. Maar hoe dan ook: als A zeg, dan gaan we ook A doen. Dus dat wordt trainen voor 10 Engelse mijlen.
Van de week al een paar keer een minuutje hardgelopen op de loopband van de sportschool. Ging goed! Behalve dat de loopband van mijn buurman (echt!) op hol sloeg (zelfs de alarmknop maakte geen indruk), ben ik er best goed vanaf gekomen. Intussen van verschillende kanten al hardloopprogrammaatjes voor de I-pod ontvangen. Morgen ga ik hardloopschoenen kopen. Ik ben er klaar voor: de Atlas Diabetes Challenge, the sequel, part II, de verlenging. Terug naar zeeniveau.