
Voor vandaag, zondag, stond een relatief rustige dag op het programma. Opstaan om 07:00 uur, met thee op bed door de Marokkaanse begeleiders. Daarna ontbijt en om 08:00 uur gingen we op pad. Het overnachtingkamp lag op 3000 meter, in de Arouai vallei aan de voet van Jbel Ifraouane. We begonnen de dag met een klim van 120 meter naar de pas van de Tizi Ourai op 3120 meter. Vanaf de pas hadden we een prachtig zicht op de vallei onder ons, en aan de rechterkant stond fier de Jbel Toubkal. Het was een mooi gezicht om het fysieke doel van deze challenge te zien. Het tweede belangrijke aspect om op de top van Tizi Ourai te zijn, was dat we weer mobiele telefoonbereik hadden. Daar werd door iedereen druk gebruik van gemaakt om contact met thuis te zoeken. De laatste dagen was dat onmogelijk.
Lopen door de Hoge Atlas met in de achtergrond de Toubkal.
Daarna begon de afdaling naar onze kampplaats op 1800 meter in het Berberdorpje Amzouzert. De afdaling was niet gemakkelijk, maar de mooie omgeving maakte erg veel goed. Steil met grote stenen, losliggend grint, afgewisseld met goed begaanbare zandpaden.
Onderweg worden we ingehaald door de karavaan muildieren. Die dieren hoor je niet maar hun drijvers des te meer. Luidkeels zingend trekken ze over de smalle bergpaden en ontroeren me. Het geeft nogmaals aan dat we in een hele andere wereld zitten die me erg fascineert. Na ongeveer 2 uur afdalen werd de eerste lunch klaargemaakt door onze begeleiders, wit brood met tomaat, kaas en tonijn uit blik. Rustig genietend van het uitzicht werd er gerust en gegeten.
De locals gaan met een sneltrein vaart naar beneden.
Daarna begon de tweede helft van de afdaling, weer over niet gemakkelijk begaanbare paden. De totale afdaling was 1300 meter, en naarmate we dieper in de vallei kwamen liep de temperatuur op naar 27°C, en werden de windjacks verwisseld voor T-shirts. We kwamen door dorpjes, waarin we hartelijk werden verwelkomd door de bewoners, vooral de kinderen waren enthousiast en begroeten ons met een luidkeels `bonjour`.
Kleine kinderen begroeten ons in Amsouzerte.
Aangekomen, na 5 uur wandelen, in Amzouzert werden we ingekwartierd in een Berber gite, met kamers voor 5 tot 6 personen. Voor de eerste keer in drie dagen slapen we in een kamer, weliswaar op de grond, maar droog. Daarnaast hebben we de `luxe` van een toilet (staan-toilet) en douche. De douche is voorzien van twee kranen, koud en warm, en een plastic bakje waarin je het koude en warme water kunt opvangen, om het daarna te gebruiken als douche. Hoewel dit anders is als thuis, is het toch een weldadige afwisseling na dagen van niet wassen. De kosten voor het gebruik van de douche zijn 10 dirhams (1 Euro).
De lunch bestond uit een Marokkaanse salade, makreel en brood. Na de lunch werd de middag gebruikt om te wassen (we lopen al dagen in dezelfde kleding), rusten, slapen, lezen, spelletjes Yahtzee en een rondje door het dorp lopen.
Gokmen, Ibrahim en Paul op de top van Tizi Ourai.
Morgen staat de tocht naar het Ifni meer op het programma. Wandelduur 4 uur, stijging 500 meter. Maar voor vandaag hebben we ons doel bereikt. We hebben hem gezien, de Jbel Toubkal, we zijn er klaar voor. Over 4 dagen staan we op de top.
Top Ourai met in de achtergrond de Toubkal.