
Weet je dat de Atlas Challenge helemaal niet gaat over alleen het beklimmen van die berg? Nee hoor, het gaat om wel 100 uitdagingen in één: Mentaal, fysiek, qua relatie, qua levensstijl, qua sociaal leven noem maar op. Oh ja? Jaahaa, en je moet het allemaal zelf doen! Niks groepsproces dat voor je regelt dat jij straks fluitend die berg op wandelt, niks-nie bekende topsporter die je helpt bij het kwijtraken van die kilo’s en ook geen fantastisch, supergezellig – met vooral heel veel lekker eten –trainingsweekend in Twello of de Ardennen dat ervoor zorgt dat je in één keer je eetpatroon hebt omgezet naar een absoluut gezonde levensstijl.
Nee, de Atlas Diabetes Challenge lijkt een eenzaam proces (snif). Zo staat mijn sociale leven sinds november vorig jaar totaal op zijn kop. Al mijn tijd gaat op aan werken en sporten. Gelukkig heb ik een partner die mijn keuze voor de Atlas Challenge voor de volle 100% steunt, maar om nu te zeggen dat hij op de eerste plaats komt?? Die stelling heb ik dit jaar even geparkeerd (sorry, Ep!). Onze avondjes samen op de bank voor de TV zijn gereduceerd tot een minimum. Uit mijn werk is het meestal snel eten en door naar de sportschool. Zelfs het avondje bijkletsen met Anouk of Lianne krijg ik maar niet georganiseerd.
Ter voorbereiding op ‘die berg’ heb ik me ingeschreven voor de Vierdaagse. Met als achterliggende gedachte: ‘als ik dat kan, haal ik ‘die berg’ met twee vingers in mijn neus.’ Trainen voor een achterlijk evenement als de Vierdaagse – want welke gek loopt er nu vier keer veertig kilometer in vier dagen tussen 40.000 mensen?, heeft stiekem zo zijn voordelen. Ik loop ‘m samen met mijn beste vriendin Susanne. En dankzij onze trainingsdagen zien we elkaar vaker dan ooit en da’s erg gezellig en bovendien goed voor onze vriendschap.
Nog een leuke bijkomstigheid: trainen voor het beklimmen van een berg van circa 4200 meter hoog kan natuurlijk niet alleen op het vlakke Brabantse land. Nee, ‘die berg’ is een goede reden om regelmatig op bezoek te gaan bij neef Mark in Zwitserland. Die woont werkelijk in een wandelparadijs tussen de witte bergtoppen en groene Alpenweiden. Wandelen op 2000 meter hoogte of hoger is vanaf nu dus een eitje. En aangezien de Zwitsers erg goed kunnen koken (Kalbsgeschnetzeltes mit Rösti zijn veruit favoriet), is neef Mark dit jaar mijn lievelingsneef. ;-)
Ben ondanks geschnetzeltes en rösti ook anders gaan eten: minder en gezonder. Nooit geweten dat je daardoor super lekker in je vel komt te zitten. Daar heb je dus helemaal geen (troost-)chocola en koekjes voor nodig! Ik heb al die superlekkere zoete goedmakertjes vervangen door bewegen en sporten. En dan moet je weten dat ik sporten echt NIET leuk vond. Ik werd er maar moe van. (En ik was al zo moe.) Da’s nu anders. ‘Probleem’ is wel dat je dat HELEMAAL zelf moet doen én zelf moet volhouden. Dan gaat die endorfine vanzelf met je aan de haal. (bijzondere ervaring, word je heel blij van, echt waar!)
Dit bedoel ik nou met heel veel uitdagingen in plaats van eentje, snap je? En dan heb ik het nog niet eens gehad over het reguleren van je bloedsuikers of het afbouwen van medicatie. Er gaat zo ontzettend veel aan vooraf: in je hoofd, aan je lijf, in je omgeving, in je leven. Weet je, ik zie ‘die berg’ maar gewoon als toetje. (en ik ben gek op toetjes!)