‘The story of my life’
Al ruim dertig jaar geleden werd duidelijk dat mijn leven in het teken van diabetes zou gaan staan. Niet omdat ik het zelf had, maar mijn moeder wel. Al vanaf haar 11e heeft zij diabetes type I, en in dat licht zijn mijn zus en ik groot gebracht.
Zo was het voor ons heel gewoon dat mijn moeder liep te rommelen met naalden, flesjes alcohol , insuline en roestvrijstalen spuiten die regelmatig uitgekookt moesten worden. Wij vonden het geen enkel probleem. Sterker nog, wij vonden het wel interessant. En helemaal leuk werd het als moeders een hypo kreeg. Dan werd de koekjestrommel opgetrokken en kwam de chocomel of vanillevla te voorschijn. Als moeders ging snoepen, hingen wij aan moeders rokken. Gevulde koeken, speculaas, krentenbollen, wij deden vrolijk mee. Met het lastige gevolg dat we met een nogal ‘fout’ eetpatroon zijn opgegroeid. Vooral omdat moeders ook bij alles zei: “Het is eigenlijk niet goed voor ons, maar toe maar…”. (dat zegt ze trouwens nog steeds als ze ons eigengemaakte appeltaart of chocolade voorschotelt; zij heeft inmiddels zo’n handige insulinepomp; mijn zus heeft diabetes overgehouden aan een zwangerschap).
Kortom, een flinke zoetekauw in de vorm van Astrid Kokmeijer was geboren en die zoetekauw, dat ben ik nog steeds. Overgewicht? Ja, natuurlijk, dat is de ‘story of my life’ geworden. Al vanaf mijn geboorte wijst mijn moeder me op het risico op diabetes. Teveel, te zoet en te vet eten, dat brengt allemaal risico’s met zich mee. Ja, dat wist ik wel, maar dat zou wel los lopen (zie ook de hierboven beschreven levenswijze).
Daar is-tie dan…
En ja hoor, in de zomer van 2008 diende de diabetes zich aan. Ik was moe, moe en nog eens moe. Mijn baan van veertig uur per week (ik ben beleids- en projectadviseur bij de IBN-groep in Uden) was nog net vol te houden, maar ’s avonds nog door naar de sportschool (of andere activiteiten), dat zat er echt niet meer in. Na het eten stortte ik volledig in. Elke avond nog voordat De Wereld Draait Door op TV begon, viel ik standaard in diepe slaap op de bank. Tijd om eens bloed te laten prikken. Drie keer bloedprikken later was de diagnose gesteld: diabetes type II.
De huisarts schreef me Metformine voor. Voor mij werkten die pillen als een wonder: binnen een dag had ik weer voldoende energie en binnen no time kon ik weer naar de sportschool. Nu weet ik dat sporten en beweging erg goed zijn voor je lijf. Toch vind ik het nog steeds lastig om minimaal drie keer per week in de sportschool aan de slag te gaan. Ik kom maar moeilijk van die bank af ’s avonds.
Gezond eten
Gezonde voeding, dat zit wel goed. Vertel mij niks over goede en slechte vetten, vezels en lange koolhydraten. Gezond eten in combinatie met sporten werkt als een tierelier als je lekker in je lijf wilt zitten. Ik weet het goed, ervaar dat ook regelmatig, maar ook ik ben maar een mens en ook ik vind kruidnootjes en taaitaai erg lekker, laat staan die overheerlijke banketstaven (het liefst vers van de banketbakker). Met andere woorden: overgewicht heb ik nog steeds, ik worstel continu met mijn gewicht en conditie. Daar zou ik heel graag eens van af willen. En dat is precies één van de redenen waarom ik me heb ingeschreven voor de Atlas Challenge.
Witte bergtoppen
Had ik al verteld dat ik helemaal gek van Zwitserland ben? Ik ben gek op bergen. De Alpen met die besneeuwde toppen vind ik fantastisch, ik kan er uren naar kijken. Een bergwandeling in Zwitserland doet me altijd denken aan De Efteling, maar dan in het echt. Ik kom er al sinds mijn 15e en sindsdien zijn er maar weinig jaren waarin ik een tripje naar Zwitserland heb overgeslagen. Gelukkig vind mijn vriend Epko Zwitserland ook geweldig. We zijn er regelmatig samen te vinden.
Toen mijn collega Hans mij een krantenartikel over de Atlas challenge liet lezen ( de kop luidde: Sporten met diabetes), dacht ik: “Ja leuk, een berg beklimmen, maar eentje van circa 4200 meter is best wel te hoog gegrepen.” Waarop ik het krantenartikel in de papierbak gooide. Toch had het artikel me aan het denken gezet. Ik snorde het artikel nog eens op en ging op onderzoek uit op de website van de Bas van de Goor foundation. Ik bleek te voldoen aan de voorwaarden voor deelname. Ik? Grappig, nooit verwacht dat ik zou voldoen aan voorwaarden voor zo’n actieve inspanning als een expeditie. Anderzijds had ik me bedacht dat als ik op eigen houtje de 2500 meter van een Alp kan bewandelen, dan kan ik die extra 2000 meter voor de Toubkal er ook wel bij trainen.
Mijn stok achter de deur
Het besluit was genomen: de Atlas Challenge wordt mijn persoonlijke uitdaging voor 2010, mijn stok achter de deur voor al die keren dat ik diep teleurgesteld in mezelf lui op de bank voor de buis blijf hangen, voor al die keren dat ik mij vergrijp aan die superlekkere koekjes. (wish me luck!)
Vanaf het moment dat ik de eerste medische test heb gedaan in november 2009 ben ik weer braaf drie keer per week in mijn favoriete sportschool (Corpus Novum in Oirschot) te vinden. De instructeurs daar zijn net zo enthousiast over mijn deelname aan de Atlas Challenge als ikzelf. Naast het fitnessen probeer ik dagelijks een flinke wandeling te maken. En in de zomer is vriendin Anouk weer de klos om samen met mij te gaan skaten op het Brabantse platteland.
De ‘stok achter de deur’ zoals ik ‘m had voorgesteld, werkt nu al als een speer… vooralsnog dan hè?