De Atlas Challenge voor mensen met type 2 diabetes mellitus
Henk Bilo, internist, e-mail adres: h.j.g.bilo@isala.nl
In Nederland zal het aantal mensen bekend met diabetes mellitus (DM) tussen 2007 en 2025 bij onveranderd beleid bijna verdubbelen tot 1,3 miljoen. Het gaat hierbij met name om mensen met type 2 diabetes mellitus (T2DM, vroeger ouderdomsdiabetes genoemd). De geringe groei van het aantal mensen bekend met type 1 diabetes mellitus (T1DM, vroeger jeugddiabetes genoemd) valt hierbij in het niet.
Net als in veel andere delen van de wereld zijn de oorzaken voor deze stijging van het aantal mensen, bekend met T2DM gelegen in een veranderde leefstijl met minder bewegen, verkeerd eten en overgewicht, een vergrijzende bevolking, en (in veel mindere mate) erfelijkheid. Daarbij is het zo, dat (ernstig) overgewicht ook leidt tot een verhoogde kans op ziekten en overlijden door een veelheid aan oorzaken. Die kans op ziekten en overlijden neemt nog verder toe als mensen met overgewicht T2DM ontwikkelen.
Op dit moment heeft zo’n 4% van de Nederlandse bevolking DM; van die mensen heeft meer dan 90% T2DM. Als we over 17 jaar niet op 7 tot 8% willen uitkomen, dan zal ingrijpen noodzakelijk zijn, bij voorkeur al vóór het ontstaan van T2DM, om de gezondheid zo lang mogelijk goed te houden.
De belangrijkste mogelijkheid om de verwachte stijging zoveel mogelijk tegen te gaan lijkt derhalve niet gelegen in het beïnvloeden van ziekteverschijnselen, maar in het bevorderen van een gezonde leefstijl. Een beter voedingspatroon speelt hierbij een belangrijke rol. Maar meer beweging is ook cruciaal. Sterker nog, zonder een goed beweegpatroon is het eigenlijk niet mogelijk om een goed evenwicht in de gezondheid te krijgen.
Deze uitdaging zal moeten worden opgepakt, en dat door iedereen. Om aan te tonen, dat ook bij mensen, die al bekend zijn met T2DM, de aandoening gunstig kan worden beïnvloed door training en lichamelijke inspanning, heeft de Bas van de Goor Foundation een challenge georganiseerd, waarbij mensen met T2DM gedurende een half jaar of langer zullen trainen om een conditie te bereiken, die het hen mogelijk moet maken om in september 2010 de Toubkal in Marokko te beklimmen, een berg van 4167 meter hoog. We hopen zo aan veel mensen in Nederland te laten zien, dat bewegen niet alleen een mooie uitdaging is, maar ook veel positieve effecten heeft voor de gezondheid.
De Atlas Challenge voor mensen met type 2 diabetes mellitus: de onderzoeken
Henk Bilo, internist, namens Bert Dikkeschei, Rijk Gans, Lex Goudswaard, Eelco de Koning, Pieter de Mol en Suzanna de Vries
e-mail adres: h.j.g.bilo@isala.nl
Als mensen fors lichamelijk gaan trainen om de top van de Toubkal te bereiken, is het ook belangrijk en wetenschappelijk interessant om na te gaan welke veranderingen in het lichaam optreden dankzij deze inspanningen. Daarvoor worden mensen allereerst getest via een fietstest om te kijken of in ieder geval een basisconditie bestaat die voldoende is om getraind te kunnen worden. Die fietstest wordt een aantal malen herhaald om te kijken of het vermogen om in te spannen toeneemt.
Overgewicht door stapeling van vet is een belangrijke factor voor het ontstaan van type 2 diabetes (“ouderdomsdiabetes”) . Vetstapeling treedt echter niet alleen op onder de huid maar ook in de buik en zelfs in organen. Het is bekend dat mensen met type 2 diabetes mellitus (T2DM) ook vet stapelen in het hart en dit is gerelateerd aan afwijkingen van de hartfunctie. De hoop bestaat, dat goed trainen helpt om die afwijkingen te doen afnemen. Dit zal worden onderzocht door de beoogde deelnemers aan een speciale vorm van hartonderzoek te onderwerpen, die in Nederland alleen kan plaatsvinden in het Leids Universitair Medisch Centrum. De hoeveelheid vet in het hart en de hartfunctie worden onderzocht vóór de trainingsperiode en na terugkomst uit Marokko met behulp van een MRI-scan. De uit dit onderzoek voortkomende resultaten zullen helpen bij het verkrijgen van verder inzicht in de mogelijkheden om door training de gezondheid te verbeteren.
Daarnaast hebben veel mensen met T2DM een zogenaamde insulineresistentie: bij die mensen werkt de insuline ondanks hogere concentraties in het bloed dan bij mensen zonder T2DM tóch onvoldoende; het lichaam heeft weerstand opgebouwd tegen de effecten van insuline. Drie soorten weefsels in het lichaam spelen een rol bij deze insulineresistentie: de vetmassa, de spieren, en de lever. De verwachting bestaat, dat goed trainen zal leiden tot een betere stofwisseling in de spieren en lever, en mogelijk ook minder vetmassa. Als het lichaam weer meer gevoelig wordt voor insuline, dan kan dat ook betekenen, dat de hoeveelheid medicijnen, die iemand moet nemen voor de T2DM, afneemt. Door middel van MRI scans wordt de hoeveelheid vetmassa onder de huid, in de buik (“buikvet”), in de lever en in de spieren vóór de trainingsperiode en na terugkomst uit Marokko onderzocht.
Op hoogte verandert er ook heel veel door de stress, die zuurstoftekort met zich meebrengt. Mensen met T2DM reageren anders op stress hormonen dan mensen zonder DM. Onderzocht zal worden wat de training vooraf, maar ook de beklimming zelf, doet met mensen met T2DM, en dit in vergelijking met de begeleiders zonder DM.
Bij veel mensen met T2DM is het vetspectrum (verschillende soorten cholesteroldeeltjes en triglyceriden) anders dan bij mensen zonder DM. Deze veranderingen zijn vaak de verkeerde kant uit, en dragen bij aan een verhoogde kans op hart- en vaatziekten bij mensen met T2DM. Er zal onderzocht worden, wat alle trainingen en de beklimming uiteindelijk betekenen voor de afwijkingen in het vetspectrum De verwachting is, dat er ook wat betreft de vetten in het bloed verbeteringen zullen optreden. Bij patienten met T2DM is er een vergrote vaatstijfheid dat ook een verhoogd risico geeft op hart-en vaataandoeningen, Wij zullen ook onderzoeken hoe training effecten heeft op stijfheid van de vaten.